Interview voor- en over het Dagblad van het Noorden

Foto DvhN/Corné Sparidaens
Van links naar rechts ontwerper Koos Staal met DvhN-vormgevers Rob Hesseling en John Gjaltema.
(Foto DvhN/Corné Sparidaens)


Zaterdag 13 maart 2010
Door Evert van Dijk

Wat zijn 5 belangrijkste kenmerken van de nieuwe vormgeving van Dagblad van het Noorden? 
Behalve dat ie de helft kleiner en dubbel zo dik is kan ik beter beginnen met wat het niet moest zijn: niet lawaaiig, niet ordinair, niet te bont, niet rommelig, niet ouderwets. En ook niet lijkend op een andere krant. 
Ingetogenheid en eigenheid dus. Een krant met een volwassen toon en eigen sfeer. Maar vooral ook: overzichtelijk en gebruiksvriendelijk, zodat de lezer makkelijk z'n weg vindt in het aanbod en daarbinnen ook de verschillen herkent. Dat een nieuwsbericht er anders uitziet dan een dagelijkse rubriek, en een rubriek weer anders dan een column of achtergrondverhaal.


Wat had je voor ogen toen je begon na te denken over deze nieuwe vormgeving?
In het begin van zo’n proces denk ik niks. Ik begin pas een beeld te vormen nadat mijn opdrachtgever mij heeft verteld wat naar zijn/haar idee of gevoel anders moet en waarom, wat niet meer deugt of bevalt aan de huidige krant, wat de nieuwe uitgangspunten zijn.
Stel een opdrachtgever zegt: ‘wij willen een ordinaire, populaire krant zijn voor de onderkant van de markt. Sensatie en blote meiden’. Nou dan rolt daar een heel ander ontwerp uit dan wanneer gezegd wordt: ‘we zijn een krant die diepgang en achtergronden van het nieuws biedt, nuance zoekt en zich ver houdt van de waan van de dag’. 
Pas met de kennis waarmee de opdrachtgever mij voedt, kan ik gaan nadenken. Ik reageer en bedenk vormoplossingen. In die zin bepaalt de opdracht wat er uitkomt. Alleen, het is mijn ambitie dat die oplossingen niet standaard en voorspelbaar zijn maar zullen verrassen. Dáárin schuilt mijn talent.

Los daarvan kun je natuurlijk wel wat algemene uitgangspunten bedenken voor een krant die wil veranderen: dat zo ‘n krant helder en overzichtelijk moet zijn. Ook kun je verzinnen dat een krant die overgaat naar een kleiner formaat ongewild gaat concurreren met kranten waarmee hij misschien niet vergeleken wil worden maar wat door de overeenkomsten in formaat wel kan gebeuren: h-a-h kranten, gratis dagbladen als Spits, Metro.
Een krant op tabloidformaat oogt sneller populair. Dus zoek je voor een serieuze krant die diepgang wil bieden naar wat meer gedistingeerde stijlmiddelen.


Je bent in het verleden betrokken geweest bij de vormgeving van de voorgangers van deze krant en ook in 2002 was je van de partij, toen Dagblad van het Noorden ontstond. Hoe slaag je erin om steeds met nieuwe ideeën te komen?
Dat lukt omdat elke opdracht en haar omstandigheden anders zijn. Er worden andere vragen gesteld, een ander probleem moet opgelost worden. Als je dat serieus neemt kom je ook tot andere oplossingen. Bijvoorbeeld in 1998 heb ik het Nieuwsblad v/h Noorden ontworpen met een meer ingetogen chiquere uitstraling waardoor het zich onderscheidde van de toenmalige concurrenten Groninger Dagblad en Drentse Courant.
Omdat ‘t een felle concurrentiestrijd zocht met het toenmalige 'Nieuwsblad' en zich heel bewust wilde onderscheiden zag mijn in 2000 gelanceerde Groninger Dagblad Stad er nogal brutaal uit, forse stevige kopletters, veel kleur en grote foto’s.
Het Dagblad van het Noorden werd na de fusie in 2002 een mix van die twee stijlen: beschaafd en toch een beetje brutaal.


Je bent betrokken geweest bij de vormgeving van tientallen kranten in heel de wereld. Waarom past deze vormgeving juist bij een krant in Noord-Nederland?
Omdat ie nuchter èn zelfbewust is. Nuchter in de zin van geen poespas, hou 't eenvoudig. Zelfbewust in haar presentatie: ‘Hier ben ik! Kijk's wat ik allemaal te bieden heb. Ik ben niet het AD, NRC of Telegraaf, ik ben het Dagblad van het Noorden'.
Die nuchterheid vind ik typisch noordelijk. Toen ik in 1995 Dagblad de Limburger ging ontwerpen dacht ik dat is zo’n bourgondische streek, dat vraagt om een enigszins bonte krant. Meer drukte in de opmaak en ook met wat overbodige franje... Dat past bij de katholieke Limburgers. In het Noorden houden we 't liever bij eenvoud.


Dagblad van het Noorden verschijnt straks doordeweeks op tabloid en zaterdag op het oude grote formaat. Leverde dit verschil in formaten voor jou nog problemen op?
Nou, in de tabloidversie deden we erg ons best om het beeld van de pagina's rustig te houden. Toen we dat gingen overzetten naar de grote zaterdagkrant viel op dat wat op tabloid mooi in balans was, op het grote formaat eerder saai werkte. Zo hebben we de vormgeving daar wat steviger aangezet en ontstonden o.a. de zwarte vlakken onder foto’s.       


Wat vind je van de reacties van lezers die je tot nu toe hebt gehoord?
Positieve reacties kregen we genoeg en da’s altijd mooi, omdat ze je gelijk bevestigen. Vooral het handzame formaat, dat vindt iedereen heel goed. Van negatieve reacties kun je soms wat leren. Een lezer let op andere dingen dan wij. Zo dachten wij de navigatie op de voorpagina goed op de rails te hebben maar in een lezerspanel viel telkens weer de opmerking dat men het van de oude krant zo prettig vond om in één blik even te zien wat de krant die dag allemaal heeft. Dat misten ze in de nieuwe vorm. Wij dachten dat twee onderwerpen aankondigen op de voorpagina voor de serieuze krant die we willen maken wel genoeg was. We hebben dat vervolgens aangepast, door meer items op de voorpagina aan te kondigen en thema's met kleuren aan te duiden. Geel voor de regio, groen voor sport, rood voor cultuur enzovoort. 


Je hebt ook een nieuwe letter geïntroduceerd. Waarom?
De oude tekstletter vind ik in 2010 wat te lomp en gedateerd en de kopletter past niet bij het beoogde karakter van de nieuwe krant. Minder schreeuwerig, dus zocht ik ook een elegantere letter. Bovendien, vanuit het idee hou 't simpel, één lettertype dat we zowel voor de tekst als voor de koppen kunnen gebruiken.


Hoe ben je eigenlijk aan deze nieuwe letter gekomen?
Mijn dochter Anne nam me mee naar de eindexamenexpositie van Academie Minerva afgelopen zomer en daar kwam ik in een lokaal waar Jelmar Geertsma, z'n eindexamenproject exposeerde: een door hem ontworpen lettertype, de Chaton. Ik was aangenaam verrast omdat letterontwerp niet zo gebruikelijk is op deze academie, dat is meer een specialisme van de academie Den Haag. Die Chaton oogde nuchter, elegant, jong en vooral goed leesbaar. Ik besloot toen dat ik die Chaton maar eens moest gebruiken voor een boek of zo.
De volgende dag moest ik terugdenken aan een opmerking binnen de hoofdredactie van de krant. 'Dat het zo mooi zou zijn als deze restyling een geheel noordelijke productie zou kunnen zijn, óók als signaal van eigen kracht van de regio.' Dat werd het natuurlijk al door mij in te schakelen als ontwerper maar ik bedacht dat het helemaal mooi zou zijn als we bij de nieuwe krant ook een Noordelijke letterontwerper konden betrekken. Nota bene een pas afgestudeerde. En zo had Jelmar z'n eerste heuse opdracht in de grote buitenwereld terwijl ie nog geen week 'van school' was. Het wordt dus straks een primeur voor Jelmar én het Dagblad die als eerste in de wereld deze letter toepast. Ook na de lancering gaan we studenten van Minerva regelmatig bij de krant betrekken door hen illustraties te laten maken bij artikelen. De krant zal ook daarmee laten zie dat we een regio zijn met veel kennis en talent.


Dagblad van het Noorden is een jonge krant en toch is de vormgeving helemaal op de kop gegaan. Hoe lang gaat deze nieuwe stijl mee?
Tien jaar minstens. Maar je weet ’t nooit. Soms zijn er externe omstandigheden die eerder dwingen tot een restyling. Fusies van kranten, technische veranderingen of behoefte van de markt. Zoals nu met tabloid. Lezers willen het graag.
Regelmatig een nieuwe vormgeving wordt echter ook wat meer mode. Bij een tv-programma, een website kijk je niet op van een vernieuwde omgeving, week- en maandbladen vernieuwen geregeld hun gezicht en de krant gaat daarin ook volgen. Goed voor de ontwerpbusiness maar of dat altijd een goeie ontwikkeling is betwijfel ik wel 's. Iets wat goed is moet je zo laten of hoogstens gepast doorontwikkelen. Een Porsche 911 van nu is niet meer dezelfde als in 1963 maar toch is de verwantschap en herkomst onmiskenbaar.
Dus, hoezo tien jaar, ik vind eigenlijk dat deze stijl minstens veertig jaar mee moet!  


Wacht je 1 april met spanning af?
Ik slaap er nog wel om hoor maar het blijft altijd spannend tot het echte uur U. Hoe we alles ook technisch goed hebben voorbereid, een krant is nou eenmaal geen standaardproduct. Het is elke dag weer maatwerk. En ik weet: eerste nummers zijn nooit perfect, het moet in de praktijk groeien en zichzelf elke dag verbeteren. Zo ging het in Denemarken, Maleisië, Den Haag en Maastricht. Bijslijpen en schaven tot het laatste moment én daarna. 


Tot slot: verwacht je dat op 1 april iedereen enthousiast is?
Voor de lezers zal het even wennen zijn. Die zijn in het begin het vertrouwde kwijt. Vergelijk 't met Albert Heijn die de indeling van de winkel verandert. Daar waar je jarenlang blindelings de melk pakte liggen nu de wasmiddelen. Het brood op de plek van de koffieautomaat. Alle bordjes zijn verhangen en de bordjes hebben ook nog 's een andere kleur en stijl en er klinkt zelfs wat andere muziek uit het plafond. Je vraagt je even af: 'waar ben ik?' Tot je het zuivelschap hebt gevonden en daar het oude/vertrouwde melkpak vindt en vervolgens ervaar je dat de winkelindeling zo allemaal logischer in elkaar steekt. Zo is het straks ook even met de krant. Maar in korte tijd zijn we er allemaal aan gewend en zullen we zeggen: zo is ie goed, zo is ie beter!


Kader 1

Koos Staal heeft meer dan 65 kranten van een nieuw uiterlijk voorzien. Dagbladen van Groningen tot Limburg. Van Kopenhagen tot Kuala Lumpur.
Regelmatig vielen de kranten in de prijzen bij ontwerpcompetities.
2005 waren Koos Staal met zijn zakenpartner Geja Duiker winnaars van de Dagblad van het Noorden-prijs.
Behalve kranten ontwerpen Staal&Duiker boeken, bladen, huisstijlen en tentoonstellingen.
www.staalduiker.com

Kader 2

Een krant maak je niet alleen.
Een dagblad is een ingewikkeld product en het herontwerpen van alle onderdelen is meer dan een soloactie.
Bij het uitwerken daarvan heeft Staal in de afgelopen maanden uitstekende hulp gehad van Rob Hesseling en John Gjaltema, vormgevers van de krant die vanaf ‘t najaar 2009 zich elke dag in een kantoortje isoleerden van de redactie om daar, vrijgesteld van de dagelijkse productie, alle onderdelen in detail uit te werken, technisch voor te bereiden en te testen.