Dagblad van het Noorden 31-12-2005
Door Eric Nederkoorn
Foto's: Dagblad van het Noorden/Corne Sparidaens

 
 

Geja Duiker: "We ergeren ons er bij anderen wel eens aan dat een ontwerp misschien wel mooi, maar eigenlijk onbruikbaar is."

Koos Staal: "Terwijl het juist mooi is om een heldere uitleg neer te zetten. Dat is toch de kern van ons werk."


De huisstijl van het Noorder Dierenpark, die van RTV Noord, van de gemeente Groningen, het Veenkoloniaal Museum, en ga maar door: iedere noorderling komt veelal onbewust in aanraking met het werk van Koos Staal (54) en Geja Duiker (39). Ook (inter)nationaal staat het werk van Staal & Duiker, gevestigd in Haren, in hoog aanzien. Zo hoog dat het duo de Dagblad van het Noorden Prijs 2005 is toebedeeld.

Geen kunst om de kunst

Ontwerpers Koos Staal en Geja Duiker, winnaars van de Dagblad van het Noorden Prijs 2005

'Er lag hier toen ergens een briefje", zegt Koos Staal, gezeten aan zijn kantoortafel.
"Klopt", zegt Geja Duiker, op de kop van datzelfde meubel. "Dat was gaan zwerven."
De kamer waarin de tafel staat is ruim. Langs een wand prijkt een prettig rommelige kast vol boeken. Op een tafeltje voor het raam zijn voorbeelden uitgestald van het gevarieerde werk van Staal & Duiker bno, ontwerpers te Haren.
"Dat briefje was gaan zwerven. Er stond op dat we moesten terugbellen. We hadden een telefoontje gehad van Dagblad van het Noorden. Straal vergeten. Na twee dagen dook het op."
Maar toen hadden ze het prettige nieuws allang vernomen: het tweetal is dit jaar de winnaar van de Dagblad van het Noorden Prijs. Staal: "We waren met stomheid geslagen. Tot nu toe hebben we alleen vakgerichte prijzen binnengehaald."
Die prijzenlijst mag er inmiddels wezen. Er gaat geen jaar voorbij of hun kalenders, agenda's, boeken, hun kranten in binnen- en buitenland worden gelauwerd. Het door Staal van een nieuwe lay-out voorziene Dagblad de Limburger werd in 2000 uitgeroepen tot de best vormgegeven regionale krant van Europa. Afgelopen jaar schaarde hun Kampioenenboek zich onder het rijtje van Best Verzorgde Boeken van Nederland. Daarnaast zijn er de talloze huisstijlontwerpen, de beeldmerken en de inrichting van tentoonstellingen; die van Hunebed Centrum Borger bij voorbeeld.
Staal: "Dat is het hè. We zitten dan wel hier in Haren, maar we zijn geen regionaal bureau. Toen we hoorden dat we deze prijs hadden gewonnen, zijn we onze opdrachtgevers nog eens nagelopen. Dat zijn er inmiddels waanzinnig veel. Om met OAD te spreken: je komt ons overal tegen."
Duiker: "Onlangs zat je nog in Maleisïe.
Staal: "Had een krant daar mij gemaild of ik een week later voor twee weken wilde komen, om de lay-out op te frissen. En om een gratis studentenkrant vorm te geven. Ze belden pas geleden nog eens. 't Is een groot succes. Mooi om te zien hoe het daar werkt. Ze begínnen gewoon. Hier in Nederland blijft iedereen maar doorvergaderen. 't Liefst met zo veel mogelijk mensen erbij die er zo weinig mogelijk toe doen. Verstikkend!"

Dat op drift geraakte briefje, met dat niet teruggebelde telefoonnummer, is een beetje exemplarisch voor de dagelijkse gang van zaken, daar in die villa aan Rijksstraatweg. Dat erkennen de twee ruiterlijk.
Duiker: "Jij dacht in 1993 natuurlijk een heel net meisje te hebben binnengehaald. Dat viel wat tegen."
Staal: "Tóch ben jij veel beter in terugvinden. Maar ja, er zijn hier zo veel vergeten hoeken. En als er een kast vol is, of een computer overloopt van de mails, dan wordt er niet gerangschikt, maar komen er een nieuwe kast en een nieuwe computer. We kunnen 't ons nog zo anders voornemen: het zal altijd wel zo blijven."
Al is het exemplarisch, tegelijkertijd staat het voorval met dat briefje, en in het verlengde daarvan die sfeervolle chaos, in schril contrast met de resultaten van het werk van Staal & Duiker. De productie van het bureau zit niet alleen vol opmerkelijke vondsten, maar is ook altijd even toegankelijk, herkenbaar en tot in de puntjes verzorgd. Die losse aanloop leidt dus steevast tot een perfect uitgevoerde sprong.
Met als stelregel, geen kunst om de kunst.
Staal: "We gaan altijd uit van toepasbaarheid."
Duiker: We ergeren ons er bij anderen wel eens aan dat een ontwerp misschien wel mooi, maar eigenlijk onbruikbaar is."
Staal: "Dan hebben ze last van een iets te groot ego."
Duiker: "Zetten ze letters neer in verschillende felle kleuren en van wisselende corpsjes, met daaronder ook nog een kleurvlak: het ziet er fantastisch uit, maar wat er staat is volmaakt onleesbaar."
Staal: "Terwijl het juist mooi is om een heldere uitleg neer te zetten. Dat is toch de kern van ons werk. Het moet bruikbaar zijn, het liefst op een grappige manier."

Het klinkt als uit één mond. De twee voelen en vullen elkaar dan ook prima aan.
Staal: "Geen van ons heeft ooit behoefte aan ruzie. En als dat wel zo is, dan houden we het goed verborgen."
Koos Staal was al twintig jaar actief als ontwerper, toen hij in 1993 als rijksgecommitteerde aanschoof bij het eindexamen van Geja Duiker aan de Academie Minerva in Groningen, de opleiding die hijzelf in 1975 had afgerond. Hij rook ter plekke mogelijkheden. "Ik had drie jaar lang met personeel onder me gewerkt, maar dat beviel me niks. Ik hou niet van hiërarchische verhoudingen."
In de toen gevormde maatschap bestaan ook nu nog geen eigen winkels. Staal: "Geja is beter in ruimtelijk denken, dus in het inrichten van tentoonstellingen, zoals Ode aan Ede. Ik doe de kranten. Maar verder werken we niet apart. Althans bij het ontwerpen. De uitvoering van dat ontwerp doet daarna één van ons." Duiker: "Dat is toch het mooiste van ons werk, het komen tot een idee." Staal: "Toen ik alleen werkte, doolde ik nog wel eens in mijn eigen hoofd rond. Nu geven we allebei onze mening en kunnen we snel verder."
Als zo'n idee gestalte krijgt, klimt een van de twee achter de computer, voor de eerste presentatie aan de opdrachtgever. Staal bewijst de noodzaak. Hij schetst een onooglijk vormpje op een ministuk papier. "Zo zitten we aan tafel vaak al tekenend te bedenken. Onmogelijk om met zoiets voor de dag te komen."
De grote opdrachten blijven zich uitbreiden, terwijl er niets wegvalt. Duiker: "Nou, vroeger maakte ik nog veel visitekaartjes, dat is veel minder geworden." Staal: "En periodieken, daar hebben we niet zo veel zin meer in." Duiker: "Heb je er net eentje af, komt de volgende er al weer aan."
Dat is ook de reden waarom de eigen agenda, hun jaarlijkse kunststuk, pas in september of liever nog oktober enigszins tot leven komt, qua idee dan. Staal: "Tot verdriet van de drukker. Die moet er altijd op het laatste moment mee aan de slag, in december, als hij toch al omkomt in het werk. Maar we kunnen niet anders." Die jaarlijkse agenda heeft telkens een ander thema. Dit jaar is dat bijgeloof, en hij heet dan ook Nr. 13.
Een mooie opdracht in het voorbije jaar was het speciale boekje bij het door kunstenaar Marc Mulders vervaardigde glas-in-lood-raam in de Nieuwe Kerk van Amsterdam, ter ere van het zilveren jubileum van koningin Beatrix. Staal: "We mochten overal bij zijn, mee met de genodigden bus." Duiker: "Zaten we tussen de Kokjes en de Zalmpjes. Alle hekken gingen voor ons open." Staal: "Dat voelde wel wat gênant, maar het was wel mooi om een keer mee te maken."
Het tekent de Groningse bescheidenheid, die is gebleven, en die het duo ook koestert. Staal heeft zich altijd al het beste thuis gevoeld veraf van de Grote Wereld. "Ik ben blij dat we hier in Haren zitten en niet in Amsterdam. Stap je je grachtenhuis uit, dan ben je honderd meter verderop al langs vijf collega's gekomen. Dat hoeft niet van mij."



dvhn-prijs
De Dagblad van het Noorden Prijs is in 1988 ingesteld bij het honderdjarig bestaan van het 'Nieuwsblad van het Noorden'. De prijs, een bedrag van 12.500 euro, draagt nu de naam van de huidige krant. In voorgaande jaren wonnen het Groninger Museum, Museum De Buitenplaats in Eelde en directeur Hans van der Zee van Martiniplaza in Groningen de prijs.

opdrachtgevers
Staal & Duiker bno heeft vooral opdrachtgevers in de culturele en de informatieve sector, zoals Noorder Dierenpark Emmen, Borg Verhildersum, Museum De Buitenplaats, RTV Noord, Drents Museum, Groninger Museum, Avebe, Veenkoloniaal Museum, Provincie Drenthe, Hunebed Centrum Borger, Groningen Seaports, Waterschap Hunze en Aa's, Stichting Martinikerk en Stichting Oude Groninger Kerken. Daarnaast ontwerpt het bureau boeken, tijdschriften, websites en tentoonstellingen en legde het de basis voor de dagelijkse vormgeving bij tal van dagbladen in binnen- en buitenland.